De beslissing van de Universiteit van Wenen om de Oostenrijkse wiskundige Rudolf Taschner geen Gouden Doctoraatsdiploma toe te kennen, heeft in Oostenrijk een fel debat ontketend over academische vrijheid, ideologische diversiteit en de vraag in welke mate politieke of maatschappelijke standpunten mogen meewegen bij academische onderscheidingen.
Universiteit van Wenen, Gryffindor, CC BY-SA 2.5, via Wikimedia Commons
Het Gouden Doctoraatsdiploma is een traditionele onderscheiding die de Universiteit van Wenen uitreikt aan alumni die vijftig jaar eerder aan de instelling promoveerden. Taschner, een gerenommeerd wiskundige, wetenschapscommunicator en voormalig hoogleraar aan de Technische Universiteit Wenen, kwam daarvoor in aanmerking nadat hij in 1976 aan de Universiteit van Wenen promoveerde.
Kort voor de geplande uitreiking besliste de senaat van de universiteit echter om de onderscheiding niet toe te kennen. De beslissing kwam er niet vanwege bezwaren tegen Taschners wetenschappelijke werk. Integendeel: ook critici erkennen zijn verdiensten als mathematicus en popularisator van de wetenschap. De controverse draait om uitspraken die Taschner de voorbije jaren deed over onderwerpen als klimaatverandering, genderstudies, postkoloniale studies en het wetenschapsbeleid in Oostenrijk.
Zo noemde hij klimaatverandering een 'nepprobleem' vergeleken met 'ernstigere problemen zoals de overbevolking in Afrika'. Vorig jaar noemde hij in het Oostenrijkse parlement de financiering van een onderzoeksproject rond kunst, genderstudies en dekolonisatie door het Wetenschapsfonds FWF 'weggegooid geld'.
Het zijn onder meer zulke publieke uitspraken die volgens de Universiteit van Wenen vragen oproepen over Taschners houding tegenover bepaalde wetenschappelijke disciplines en instellingen. De universiteit benadrukte daarbij dat een academische onderscheiding meer is dan een erkenning van wetenschappelijke prestaties alleen en ook een symbolische betekenis heeft.
De beslissing leidde onmiddellijk tot scherpe reacties. De conservatieve Oostenrijkse Volkspartij (ÖVP), waarvoor Taschner sinds 2017 parlementslid is en als wetenschapswoordvoerder optreedt, sprak van een ideologisch gemotiveerde beslissing. Verschillende commentatoren vroegen zich af of universiteiten zich niet op een gevaarlijk pad begeven wanneer maatschappelijke of politieke standpunten worden gebruikt om academische erkenningen in te trekken of te weigeren.
Ook buiten de partijpolitiek vonden critici dat de universiteit een problematisch precedent creëert. De kern van hun argument luidt dat academische onderscheidingen in de eerste plaats betrekking zouden moeten hebben op wetenschappelijke prestaties. Anders wordt ideologische conformiteit belangrijker dan intellectuele verdienste.
Voorstanders van de beslissing zien dat anders. Zij wijzen erop dat universiteiten niet verplicht zijn om onderscheidingen toe te kennen en dat zulke erkenningen ook een normatieve dimensie hebben. Een instelling mag volgens hen rekening houden met de vraag of een kandidaat de waarden vertegenwoordigt die zij wil uitdragen. Vanuit die optiek gaat het niet om censuur, maar om een legitieme keuze van een academische gemeenschap.
Daardoor is de discussie al snel veel breder geworden dan de persoon van Rudolf Taschner zelf. In Oostenrijk wordt de zaak inmiddels gezien als een testcase voor de vraag hoe universiteiten moeten omgaan met controversiële stemmen binnen de wetenschap. Mogen instellingen rekening houden met publieke uitspraken die buiten het eigen vakgebied vallen? Waar ligt de grens tussen academische vrijheid en institutionele verantwoordelijkheid? En hoe vermijdt men dat wetenschappelijke erkenning afhankelijk wordt van politieke of ideologische voorkeuren?
Dat die vragen zoveel verdeeldheid zaaien, verklaart wellicht waarom de weigering van één erediploma inmiddels veel meer aandacht krijgt dan de uitreiking ervan ooit zou hebben gekregen.
Dr. Astrid Elbers
Universiteit Antwerpen
De auteur is kernlid van Hypatia