Een universiteit móét neutraal zijn

Gepubliceerd op 31 oktober 2026 om 16:10

'Universiteit en Neutraliteit' was het thema van twee debatavonden, op 20 en 27 oktober 2026, georganiseerd door het Centrum Pieter Gillis van de Universiteit Antwerpen in samenwerking met de Vrijzinnige Dienst en het Humanistisch Verbond. De noodzaak aan institutionele neutraliteit werd krachtig naar voor gebracht.

Em. prof. dr. Leo Neels

Patrick Loobuyck, moraalfilosoof en hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, leidde het initiatief in met een verwijzing naar het recente pamflet Leve de Universiteit (2026) van Klaas van Berkel, emeritus hoogleraar geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Van Berkels stelling is dat universiteiten in Nederland veel van hun status hebben verloren en dat de universiteit de samenleving het best dient, niet door haar slaafs naar de mond te praten, maar door in functionele afzondering in te zetten op het verdiepen van inzicht in de werkelijkheid. Van Berkel pleit daarom voor een ‘kernuniversiteit’ waarin kennis, waarheid en werkelijkheidsbegrip opnieuw centraal staan. 

Wat voor maatschappelijke relevantie moest doorgaan, werd immers gaandeweg pleasing en inspireerde grote ontevredenheid door  activisme, woke-positionering en ideologische eenzijdigheid van  universiteiten. Het leidde tot polarisering en politieke inmenging. De universiteit moet terug naar haar kerntaak, de wetenschap, aldus Van Berkel.

Patrick Loobuyck beklemtoonde dat academici en studenten uiteraard vrijheid van meningsuiting hebben en in alle onafhankelijkheid deelnemen aan het publiek debat.

Dat een universiteit zelf standpunten moet innemen wordt al lang negatief bekeken, onder meer onder invloed van het Kalven Report (Chicago University, 1967) dat de nadruk legde op kennisverwerving en -overdracht als hoofdtaak. Dat vergt neutraliteit van de universiteit als zodanig, als gevolg van haar respect voor het vrij wetenschappelijk onderzoek en van haar verplichting om een grote verscheidenheid aan standpunten in haar kring toe te laten. Immers, academici en studenten moeten vrij zijn in hun meningsuiting.

Universiteiten kúnnen niet neutraal zijn

Nog zopas publiceerde de KNAW twee rapporten over academische vrijheid. De KNAW vraagt van universiteiten actief engagement voor een debatcutuur, en benadrukt daarbij ook het belang van actieve terughoudendheid bij het innemen van uitgesproken eigen standpunten. UAntwerpen kent als kernwaarde  'actief pluralisme' dat beoogt om een respectvolle en kritische dialoog tot stand te brengen tussen verschillende disciplines en diverse levensbeschouwingen.

Kortom, aldus Loobuyck, er is stof genoeg tot debat!

Wouter Vandenhole, hoogleraar mensenrechten aan de Universiteit Antwerpen, besprak zijn recente paper over de universiteit als drager van positieve verplichtingen inzake mensenrechten. In zijn visie moeten niet alleen staten  de mensenrechten bevorderen, doch ook niet-statelijke en hybride actoren, en dan zeker universiteiten.

Hij poneert de stelling dat universiteiten daartoe een morele én juridische aansprakelijkheid en een bindende juridische verplichting hebben. Universiteiten kúnnen derhalve niet neutraal zijn. Integendeel, hun engagement is, in zijn analyse, zelfs een voorwaarde voor academische vrijheid.

Uiteraard moet de institutionele standpuntbepaling binnen de universiteit dan correct en democratisch verlopen.

Academische vrijheid geldt voor expert speech: wanneer academici spreken binnen hun expertisedomein, op basis van een legitieme intellectuele grondslag. Daarbuiten hebben academici uiteraard vrijheid van meningsuiting zoals eenieder, met de beperkingen die daar legaal eigen aan zijn. 

Academische vrijheid is extra beschermd: dat betekent dat beperkingen ervan strenger moeten worden beoordeeld, denk aan §2 van art. 10 EVRM. 

Protest op de campus, zoals manifestaties of bezettingen, geniet - in zijn opvatting - mogelijk bescherming als disruptive speech, dat is protest dat de normale werking van de universiteit of de openbare ruimte hindert of onmogelijk maakt.

Vandenhole verdedigt een normatief sturende visie op mensenrechten, waarin universiteiten actief stelling móéten nemen op basis van een mensenrechtelijke missie. De andere sprekers deelden die mening niet.

Thomas Ernst, hoofddocent moderne Duitstalige literatuur en cultuur aan de Universiteit Antwerpen, pleitte voor een duidelijke afbakening van rollen binnen een functioneel gedifferentieerde liberale samenleving. Activisme behoort tot de politieke sfeer, niet tot de academische die anders opereert.

Een universiteit móét neutraal zijn. De kern van de academische wereld is immers de diversiteit aan perspectieven. Er is geen behoefte aan, noch plaats voor een centraal richtinggevend discours. Er is juist grote nood aan academisch pluralisme, wat een plurale, open en nieuwsgierige universiteit veronderstelt.

Als academici moeten we ons hoeden voor morele zelfverheffing

Academische disciplines binnen de menswetenschappen werken vaak met paradoxen en ambiguïteiten, wat moeilijk te rijmen valt met een normatief discours. Dat mensenrechten daarbij als uitgangspunt worden genomen, verandert daar niets aan. Opvallend is bovendien hoe vaak het mensenrechtendiscours in binaire termen wordt gevoerd.

De toenemende neiging om alles vanuit een mensenrechtenperspectief te benaderen, houdt voor universiteiten het risico in dat ze op politiek terrein verdwalen. Mensenrechten zijn belangrijk, maar soms wordt er wel erg snel mee van stapel gelopen. Als academici moeten we ons dan ook hoeden voor morele zelfverheffing. We doen er goed aan vooral te spreken op basis van wetenschappelijk onderzoek en kennis.

Academische kennislandschappen moeten bovendien innovatief blijven. Daarvoor is meer inzicht nodig in andere standpunten en perspectieven, ook over de grenzen van disciplines en faculteiten heen. Zelfs die onderlinge uitwisseling ontbreekt vandaag nog te vaak.

Andreas De Block, hoogleraar aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven en auteur van Is links gewoon slimmer? Ideologie aan onze universiteiten (2023), benadrukte dat universiteiten in de eerste plaats een epistemische rol vervullen: ze zijn er om kennis te ontwikkelen, kritisch te onderzoeken en de waarheid na te streven. Dat vereist institutionele neutraliteit. Daaruit vloeit voort dat universiteiten zo veel als mogelijk terughoudend zijn in de grote maatschappelijke debatten.

Op het niveau van academici is kennis de kern in een divers waardenkader. Als instelling neigen universiteiten te veel naar links, naar de progressieve opinie, als gevolg van zelfselectie. Dat is nefast voor een goede kennisverwerking.

De universiteit maakt het heterodoxe gemakkelijker en is geen megafoon voor ‘haar’ orthodoxie

We weten al langer dat kennis niet neutraal is en dat waarden altijd een rol spelen: dan is waardendiversiteit een groot voordeel. Kennisverwerving en -verspreiding is ook een sociaal proces dat niet enkel rationeel is. De Block verwees hierbij naar de notie Mandevillian cognition en het georganiseerd scepticisme van Merton.

De universiteit stelt alles in vraag en wakkert discussie over diverse meningen aan, ze kan het publiek debat niet afsluiten met 'haar' standpunt. Ze is een platform voor pluriformiteit.

En daarbij: institutionele stellingnamen kunnen een belangrijk chilling effect hebben op uitingsvrijheid in de universiteit.

De universiteit maakt het heterodoxe gemakkelijker en is geen megafoon voor 'haar' orthodoxie. Dat zou het vertrouwen in de kennis die zij herbergt onderuit halen en academici en studenten ontmoedigen om hun verschillende meningen naar voor te brengen binnen de universiteit.

Herwig Leirs, rector van de Universiteit Antwerpen, sloot de reeks af met beschouwingen over het beleid van zijn universiteit onder de noemer ‘actief pluralisme’. Hij lichtte de institutionele stellingname over Gaza toe, die volgens hem tot stand was gekomen op basis van ‘argumenten aangebracht vanuit de kennis van het internationaal recht’, en niet onder druk van protestacties.

Ook verdedigde hij de toekenning van het gezamenlijke eredoctoraat van de Universiteit Antwerpen, de VUB en de UGent aan Francesca Albanese, speciaal rapporteur van de Verenigde Naties voor de mensenrechten in de bezette Palestijnse gebieden. Daarmee wilde de Universiteit Antwerpen vooral erkenning geven aan haar onverschrokken inzet voor de mensenrechten. Hoewel de beslissing vanuit verschillende hoeken op kritiek stuitte, bleef Leirs ze verdedigen, met de erkenning dat anderen er uiteraard anders over kunnen denken.

 

Em. prof. dr. Leo Neels

Universiteit Antwerpen

De auteur is kernlid van Hypatia